Commons&Kola: De Regeneratieve Commons

Commons&Kola is dé netwerkbijeenkomst voor commoners. Maandelijks behandelen we een ander relevant thema op een andere locatie. Op 20 mei zien we elkaar op de Lutkemeerpolder in Amsterdam Nieuw-West om aan de slag te gaan met het thema de Regeneratieve Commons.

Commons&Kola: De Regeneratieve Commons

Maandag 20 mei, 20:00 – 22:00

De Tuinen van Lutkemeer, Etnastraat/Lutkemeerweg, Amsterdam Nieuw-West

Stadsmoestuinen, energiecoöperaties en voedselcollectieven schieten door heel Nederland als paddenstoelen uit de grond. Als de commons ergens aan een opmars bezig zijn is het wel op het gebied van duurzaamheid. Hoe kunnen commons bijdragen aan het beschermen van onze planeet? Hoe gaan we van een extractieve naar een regeneratieve economie? En welke rol speelt zelforganisatie hierin?

“Meindert” van actiegroep Behoud de Lutkemeer heet ons welkom en vertelt over de bijzondere locatie van deze avond. Menno Houtstra komt vertellen over de KasKantine en hoe gemeenschappen bij kunnen dragen aan een duurzame samenleving. Tosca Peschier is oprichter van het Permacultuurcentrum Haarlem en gaat met ons in gesprek over hoe door een gemeenschap gedragen landbouw herstellend kan werken voor de natuur.

Voor de actievelingen beginnen we de avond met een map jam, waarin we samen letterlijk de Amsterdamse commons op de kaart zetten voor het project Mapping the Commons, en sluiten we de avond af met een ‘fishbowl’ waarin we de discussie aangaan.

Jens mapt #5. Labels

Jens Kimmel (31) gelooft in de commons. In Oost zette hij buurtparlement Op de Stip op. Toen ontmoette hij Sophie. Sindsdien werkt hij met Commons Network. Hij schreef mee aan het Urban Commons onderzoek en nu brengt hij de commons in kaart. Letterlijk. Elke maand schrijft hij hier over zijn ontdekkingen. 

De vraag die zich de laatste weken aan me opdrong was: hoe nuttig is categorisering? Als het gaat over
het in kaart brengen van de commons een hele relevante vraag.

Wanneer je een kaart maakt met informatie erop, heb je categorieën nodig. De kaart verliest zijn
overzichtelijkheid en daarmee waarde als er geen onderscheid wordt gemaakt tussen wat je op die kaart ziet.
Een grote vijver van informatie waar je zelf maar in moet gaan vissen. Niet handig, dus.

Aan de andere kant passen veel commonsinitiatieven niet in een enkel hokje. Dat is precies een van de dingen
die ik aankaartte toen ik dit onderzoek
schreef. Overheden hebben de neiging de wereld onder te verdelen in scherp afgekaderde domeinen: welzijn, cultuur,
duurzaamheid, energie, wonen, democratisering, transport, etc. Allemaal schijnbaar losse en onafhankelijke hokjes.
Sommige commonsinitiatieven passen prima in zo’n hokje, zoals de energiecoöperaties van bijvoorbeeld het GWL-terrein of
Amsterdam Energie in ‘energie’ zouden vallen. Maar andere niet.

Vaak wanneer een gebouw – Ru Paré of Nieuwland bijvoorbeeld – of de publieke ruimte – Voedseltuinen IJplein
of het Domela Nieuwenhuisplantsoen bijvoorbeeld – in samenbeheer is door een groep burgers, lopen er meerdere
categorieën door elkaar heen.

Als ik Hans Krikke de vraag stel welk functie het meest bij Ru Paré past merkt hij terecht op: “je probeert me in
een hokje te duwen”. Ik besef me dat ik denk als de gemeente Amsterdam voor wie ‘armoedebestrijding’, ‘integratie’,
en ‘kunst en cultuur’ strict gescheiden zaken zijn. Bij Ru Paré en veel andere commonsinitiatieven vallen ze samen.
De les: we moeten met de volledige reikweidte van de commons werken in plaats van het in hokjes te proppen.

Dit neemt niet weg dat we, in naam van de gebruiksvriendelijkheid, een paar categorieën gaan gebruiken op de kaart.
Op dit moment deze zes:

  • Wonen
  • Energie
  • Voedsel
  • Publieke ruimte
  • Socio-cultureel pand
  • Digitaal

Wat denk jij? Mooi of kan het beter? We zijn benieuwd.

20 MEI, 20:00: COMMONS&KOLA: DE REGENERATIEVE COMMONS

De Meent presenteert Commons&Kola: dé netwerkbijeenkomst voor commoners. Elke keer behandelen we een ander urgent thema op een andere locatie. Op 20 mei zijn we op de Lutkemeerpolder met als thema de Regeneratieve Commons.

Stadsmoestuinen, energiecooperaties en voedselcollectieven schieten door heel Nederland als paddenstoelen uit de grond. Als de commons ergens aan een opmars bezig zijn is het wel op het gebied van duurzaamheid. Hoe kunnen commons bijdragen aan het beschermen van onze planeet? Hoe gaan we van een extractieve naar een regeneratieve economie? En welke rol speelt zelforganisatie hierin?

We bespreken het op de Lutkemeerpolder, de laatste biologische kleipolder van Amsterdam die op dit moment bedreigt wordt door de komst van een bedrijventerrein en daarom is bezet door collectief Behoud Lutkemeer.

Voor de actievelingen beginnen we de avond met een map jam, waarin we samen letterlijk de Amsterdamse commons op de kaart zetten voor het project Mapping the Commons. We sluiten af met een fishbowl waarin we samen het gesprek aangaan.

Hou onze website en sociale media in de gaten voor de aankondiging van onze gastsprekers!

Omdat deze bijeenkomst op een polder is, is die eenmalig niet goed toegankelijk voor mensen in een rolstoel. Wilt u toch komen, neem dan contact op met de organisatie en dan onderzoeken we de mogelijkheden.

15 APRIL, 20:00: COMMONS&KOLA – DE RADICALE COMMONS

Op 15 april is de eerste Commons&Kola, dé debat en netwerkbijeenkomst voor commoners. Maandelijks behandelen we een ander relevant thema op een andere locatie. Op maandagavond 15 april trappen we om 20:00 af in NieuwLand in de Dapperbuurt in Amsterdam met als thema De Radicale Commons. Zien we je daar?

Designer, onderzoeker en activist Selçuk Balamir heet ons welkom in woon-werkgemeenschap, huiskamer van de buurt en activistencentrum NieuwLand en vertelt hoe een radicale commons onderdeel kan zijn van de bredere gemeenschap van de buurt.

ADM-er van het eerste uur Hay Schoolmeesters komt vertellen wat er met een commons kan gebeuren als de overheid die laat vallen, en hoe de samenwerking tussen commons en de overheid er ook uit zou kunnen zien.

Wereldburger, onderzoeker, schrijver, spreker maar bovenal commonista in hart en nieren Sophie Bloemen geeft een korte reflectie op wat er gezegd is.

Voor de actievelingen beginnen we de avond met een map jam, waarin we samen letterlijk de Amsterdamse commons op de kaart zetten voor het project Mapping the Commons, en sluiten we de avond af met een ‘fishbowl’ waarin we de discussie aangaan en onderwerpen op papier zetten voor de agenda van de eerste Nederlandse Commons Assembly.

Jens mapt #4.

Jens Kimmel (31) gelooft in de commons. In Oost zette hij buurtparlement Op de Stip op. Toen ontmoette hij Sophie. Sindsdien werkt hij met Commons Network. Hij schreef mee aan het Urban Commons onderzoek en nu brengt hij de commons in kaart. Letterlijk. Elke maand schrijft hij hier over zijn ontdekkingen. 

Ik pak de draad weer op. De afgelopen weken werden mijn ideeën over commons verder gevormd door Menno Houtstra (Kaskantine), Martin ten Brinke (Stadsboerderij Osdorp) en Nooshi Forozesh (De Meevaart) toen ik ze sprak op locatie. Alledrie commons-initiatieven, alle drie uniek, maar alledrie gebruiken ze de ruimte, binnen of buiten, in de stad om een commons te ontwikkelen.

Een centraal thema, ook in deze gesprekken, is eigenaarschap. De drie initiatiefnemers vullen dat ieder op hun eigen manier in.

Zo is het pand van De Meevaart juridisch eigendom van het stadsdeel, maar is Stichting Meevaart verantwoordelijk voor het ontwikkelen van het pand. De missie: de buurtparticipatie optimaal ontwikkelen. De stichting heeft net als elke andere stichting een bestuur, maar is puur facilitair.

“De bewoners en vrijwilligers zijn onze programmeurs en allemaal eigenaar van De Meevaart”, aldus Nooshi.

Commons eigenaarschap heeft dus een bredere betekenis dan puur juridisch of financieel ergens een stukje eigenaar van zijn, zoals een aandeelhouder of investeerder. Eigenaar van De Meevaart

wordt je als je in de Indische Buurt woont, betrokken bent bij De Meevaart en bijdraagt aan het geheel. Ieder op zijn manier.

Hoewel dit prachtig klinkt, is een juridische overeenkomst noodzakelijk om bijvoorbeeld uitzetting te voorkomen. Denk aan wat de bewoners van het ADM-terrein de afgelopen tijd overkwam. Menno Houtstra leeft met dezelfde onzekerheid omdat Coöperatie Kaskantine geen eigenaar is van het stukje land aan de Vlaardingenlaan in Osdorp, maar slechts tijdelijk gebruiker. In vijf jaar versleet de Kaskantine zo al drie lokaties, amper een goede basis voor ontwikkeling en opschaling. Anders dan Nooshi benadrukt Menno dat een (korte) tijd van participatie voorafgaat voordat iemand ‘eigenaar’ kan worden van De Kaskantine en eventueel toetreedt tot de coöperatie, maar ze delen de inclusieve en de organische manier van hoe ‘eigenaarschap’ tot stand komt.

Martin ten Brinke legt uit hoe Stadsboerderij Osdorp verschilt van de Kinderboerderij die het 5 jaar geleden verving: “een Kinderboerderij is leuk, mensen kunnen inlopen en naar de dieren kijken, en die bezoekers zijn er nog steeds, maar interessanter zijn de mensen die iets willen doen met ons en

de ruimte hier. Zij kunnen echt deelnemer worden van de Stadsboerderij en de plek helpen te ontwikkelen.”

Deze commons gaan over land en vastgoed, een ontzettend moeilijk te claimen middel in steden als Amsterdam. Anders is dat bij energiecoöperaties of digitale commons waar op het eerste gezicht meer ruimte is voor volledig eigenaarschap. Dit ga ik binnenkort ontdekken als ik energie-commons bezoek.

Jens mapt #3.

Jens Kimmel (31) gelooft in de commons. In Oost zette hij buurtparlement Op de Stip op. Toen ontmoette hij Sophie. Sindsdien werkt hij met Commons Network. Hij schreef mee aan het Urban Commons onderzoek en nu brengt hij de commons in kaart. Letterlijk. Elke maand schrijft hij hier over zijn ontdekkingen. 

De commons-ontdekkingsreis in de stad gaat verder. Met hulp van Soheila Najand (Coöpolis) en Selcuk Baramir (Nieuwland) die ik de afgelopen weken sprak. Coöpolis is een netwerk van commons-initiatieven en Nieuwland is een commons in de Indische Buurt waar een collectief van 12 mensen woont en het pand beheert.

Ik kom erachter dat taal ontzettend belangrijk is. Zeker in een ontluikende beweging als die van de commons. Selcuk vertelt dat volgens hem de taal voor een commons-wereld nog grotendeels ontbreekt. “Kijk maar naar het woord ondernemer. Het enige echte script dat er ligt bij het horen van dat woord is dat van de ondernemer die op eigen kracht miljonair wordt.” Welke zelfstandige naamwoorden bestaan er voor mensen die ook ‘ondernemer’ zijn maar dan in naam van de gemeenschap en niet voor eigen gewin? Welke werkwoorden bestaan er voor de postkapitalistische variant van ‘ondernemen’? Selcuk stelt voor: ondergever. Vat dit de energie van een ‘ondernemer’ én de gemeenschappelijke benadering?

De Lucas Community, een zorg-commons in Amsterdam Osdorp heeft een andere suggestie: bewondernemer.

Ook besef ik dat woorden in een kapitalistische systeem gemakkelijk subject worden aan coöptatie. Een goed voorbeeld is het woord participatie dat een decennium geleden een instrument werd van de neoliberale overheid. Een ander is het woord duurzaamheid, waar inmiddels de meest niet-duurzame bedrijven, denk aan Shell en Unilever, massaal op zijn gedoken. Mijn advies: kijk kritisch naar alles wat commons pretendeert te zijn.

Deze alertheid over taal is relevant bij het ‘mappen’. We moeten ergens de grens trekken tussen wat wel en niet commons is en dan is alertheid sowieso geboden. Een gesprek met een commoner maakt veel duidelijk, blijkt ook nu weer.

Volgende keer tackle ik de kwestie van eigenaarschap. Stay tuned!